‘Iedereen wil stiekem buiten de lijntjes kleuren’

  • Gepubliceerd

Ester Bertholet, bekend als pionierend specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn, verkocht eind vorig jaar haar praktijk. Ze verhuisde naar de Franse Pyreneeën. Niet om op haar lauweren te gaan rusten – juist niet. Ze begint weer opnieuw – encore.

foto: Ed van Rijswijk

In de zomerserie van Medisch Contact staan vijf artsen met een bijzonder verhaal centraal, in elk dubbelnummer één. Na militair arts Saskia Meerhoff en genderfluïde activist en arts Camiel Welling, volgt in dit nummer specialist ouderengeneeskunde Ester Bertholet. Daarna laten we nog huisarts en e-healthpionier David Reijmerink aan het woord, en tot slot psychiater, schrijver en hoogleraar psychiatrie Iris Sommer.

Ester Bertholet kijkt op haar telefoon, de zomerregen stroomt buiten in hartje Arnhem. ‘Ik moet even denken of ik nog dienst heb.’ Tot eind 2025 had ze als specialist ouderen­geneeskunde te Velp een baanbrekende eigen praktijk. Maar inmiddels is alles anders.

Nu nog is ze in Arnhem, binnenkort reist ze per trein naar de Franse Pyreneeën, naar een dorp in het middengebergte dat ze haar nieuwe thuis mag noemen, al blijft ze wel heen en weer pendelen. Eind vorig jaar droeg Bertholet haar MESO-praktijk (multidisciplinaire eerstelijnsouderenzorg met een specialist ouderengeneeskunde) over aan Buurtzorg van Jos de Blok. Daarmee kwam een einde aan een periode waarin ze de specialist ouderen­geneeskunde in de eerste lijn mede op de kaart zette. De praktijk in Velp hielp hoogcomplexe oudere patiënten thuis, op verwijzing van de huisarts. Haar werkwijze werd op verschillende plekken overgenomen. Bertholet ontwikkelde ook het Behandel­paspoort, waarin mensen kunnen vastleggen wat voor hen belangrijk is als ze onverwacht zorg nodig hebben. Verder is ze medeoprichter van Ons Raadhuis, een ontmoetingscentrum voor ouderen.

Dat ze juist nu vertrekt, vinden sommige mensen jammer, erkent ze. ‘Soms vragen mensen: “Is het niet erg om je kindje los te laten?” Maar het is helemaal niet mijn kindje. Ik heb gewoon iets gedaan wat ik leuk en zinvol vond.’

In de weken dat ze in Nederland is, werkt ze als arts voor verschillende organisaties. Vandaag is ze bijvoorbeeld achterwacht voor een AWBZ-instelling. ‘Ik word nooit gebeld. Maar ze moeten een achterwacht, dus mij, wel hebben.’ ’s Avonds en in het weekend draait ze diensten voor verpleeghuisorganisaties. ‘Dat verdient prima en ik vind het leuk om weer in verpleeghuizen te komen. Daar ben ik natuurlijk vijftien jaar niet geweest.’ Daarnaast geeft Bertholet families advies over ouder wordende ouders. ‘En dat kan ook online!’

Waarom stopte u?

‘Omdat het me te veel werd. Niet de zorg voor oudere patiënten, maar alles eromheen. De praktijk was succesvol, werd op drie andere plekken uitgevoerd en de discussie over structurele financiering liep al jaren. Op een bepaald moment hoorde ik mezelf voor de vijfde keer tegen het Zorginstituut, de Nederlandse Zorgautoriteit, het ministerie en iedereen hetzelfde verhaal vertellen over wat een specialist ouderen­geneeskunde doet. Misschien wel voor de twintigste keer. Toen dacht ik: volgens mij moet iemand anders deze tekst gaan vertellen. Mijn vonk gaat er een beetje uit.’

Daarbij kwam het ‘praktische gedoe’, voegt ze toe. Declaraties waren ingewikkeld, betalingen kwamen laat, soms moest ze zelf geld op tafel leggen. ‘Ik dacht: ik wil het gewoon allemaal niet meer. Het is te groot voor mij om dit te kunnen opvangen. En je bent dan ook minder dokter. Meer bestuurder.’

Waarom koos u voor Buurtzorg?

‘De visie van Jos (de Blok, red.) deel ik grotendeels. Zijn focus op de wijk en lokaal organiseren. De buurt als ecosysteem. Daar past deze praktijk echt in.’

Heeft u het makkelijk kunnen loslaten?

‘Helemaal. Ik ben ernaartoe gegroeid. Ook de mensen in de praktijk nam ik al jaren mee in de gedachte dat er een moment van afscheid zou komen. Er waren mensen die ons landelijk zagen gaan, Europa in misschien. Maar ik zei: “Dat doe ik niet. Ik wil alleen Velp en misschien een beetje Arnhem.”’ De praktijk heet inmiddels Praktijk Ouderen­geneeskunde Thuis. Haar naam heeft ze meegenomen. ‘Ik wilde geen merk worden. Nu zijn zij vrij en ik ben vrij.’

Wanneer kwamen de Pyreneeën in beeld?

‘Vijf, zes jaar geleden reed ik met mijn hond door de bergen. Ik wilde de Pyreneeën zien en kwam bij toeval via een dwarsweg in een vallei terecht. Ik reed erdoorheen en er ook weer uit. Toen ben ik gestopt en dacht ik: hé, wat was dat nou? Ik ben omgedraaid en midden in die vallei gaan staan. Ik voelde me daar zo goed.’

U ging terug.

‘Soms twee keer per jaar. Toen dacht ik: ik wil hier langer blijven. Er stond een goedkoop huisje te koop, ongeveer op de plek waar ik wilde zijn. Ik bood veel lager – en tot mijn verbazing kreeg ik het, met veel grond erbij. Eerst was het bedoeld als plek om me terug te trekken. Maar daarna veranderde dat. Ik zag andere buitenlanders die daar vooral kwamen halen. Paddenstoelen plukken, feesten mee­vieren en dan weer naar huis. Toen dacht ik: zo wil ik het niet. Ik wil iets bijdragen.’

U klopte aan bij het lokale Franse ziekenhuis?

‘Er is groot tekort aan artsen daar, maar toch is het zo simpel nog niet. Frankrijk kent namelijk geen “specialist ouderengeneeskunde” en ik ben geen geriater. Dus eerst wilden ze me aannemen als huisarts – ik heb ooit vijf jaar als huisarts gewerkt, maar mijn registratie hier is allang verlopen. Toen zei iemand: “Jij snapt het Franse systeem niet. In Frankrijk ben je gewoon huisarts tot je dood.” Maar (lacht) dat zag ik echt niet zitten. Ik kan echt geen kinderen meer zien of zwangere vrouwen, dat is zó lang geleden.’

En nu?

‘De bedoeling is dat ik als een soort huisarts in loondienst kom, maar alleen oudere mensen zie. Bij wijze van dorpsgeriater, al bestaat dat daar niet. De arts van het ziekenhuis vond dat wel aantrekkelijk. Die werkt liever in het ziekenhuis en rijdt niet graag over kronkelwegen de bergen in. Zij zei: “De mensen die daar wonen, zijn eigenzinnige mensen. Ze slikken onze medicijnen niet, ze willen alleen kruiden. Ze doen wat ze willen. Als jij die wilt doen, vind ik dat fijn.” Nou dat wil ik wel – ik vind die koppige mensen juist interessant.’

Voor het zover is, moet Bertholet langs de Franse artsenorde. ‘Vermoede­lijk moet ik vragen beantwoorden, een rollenspel doen in het Frans, misschien ter plekke een brief schrijven. En het verschil kunnen aangeven tussen de behandeling van iemand met, bijvoorbeeld, diabetes in Frankrijk en Nederland.’ (Enige tijd na het interview kreeg Bertholet bericht dat zij inderdaad is toegelaten door de Ordre des médecins, red.)

Hoe ziet u de komende tijd voor u?

‘Twee maanden daar, twee, drie weken hier – ik blijf geregeld terugkomen naar Nederland. Het ziekenhuis weet daarvan. Mijn twee ­volwassen dochters spelen daar ook een rol in. Een van hen stelde voor om dit de komende vier jaar zo te doen – dan is zij klaar met haar opleiding. Let wel, ik ga niet weg omdat ik het hier niet leuk vind. Ik vind het hier heel erg leuk. Ik heb gewoon zin in een nieuw avontuur.’

‘Ik vind die koppige mensen juist interessant’

Hoe is uw Frans? Bent u geland in de gemeenschap?

‘In de vallei ken ik inmiddels veel mensen. Mijn Frans gaat vooruit; het voordeel is dat ik durf te blunderen. Er worden mooie gesprekken gevoerd. Filosofisch, politiek. Mensen zijn fel, ze hebben echt een mening.’

Voer voor een nieuw boek?

‘Dat denk ik wel. Ik heb zoveel verhalen en verhaaltjes in mijn hoofd. Recent verscheen Vitaal ouder worden: Verhalen achter de klachten, een bundeling van columns uit de praktijk, het vervolg op het handboek Vitaal ouder worden is zo gek nog niet. Een volgende zou misschien kunnen gaan over werken als arts in Frankrijk. En ik zou graag een historisch ­kinderboek schrijven, gesitueerd in de Pyreneeën of Limburg.’

U schrijft graag over mensen die buiten de lijntjes kleuren.

‘Ja, een autonome bergbewoner, dat hij zijn eigen plan trekt, dat doet het goed. Daar is iedereen het zo mee eens. Of verhalen over mensen die buiten de lijntjes kleuren, of ikzelf die buiten de lijntjes moet kleuren, die doen het online echt het allerbeste. Ik denk dat iedereen stiekem zo wil zijn. Dat kietelt mensen van binnen. Dat ze denken: ja potverdorie, inderdaad. Ik ga als man óók in een bontgekleurde rok naar de markt. Waarom niet?’

Zelf bent u ook een beetje zo?

‘Misschien wel. Toen ik destijds was uitgeloot voor geneeskunde, wilde ik per se tóch studeren. Ik heb een jaar stiekem met alles meegedaan. En toen ik begon met geneeskunde, had ik een jaar in de pocket. Op de eerste dag had ik mijn propedeuse al. Zoiets zou nu niet meer kunnen, met de digitalisering. Vroeger heb ik ook ooit een tijd gewerkt voor het Cirque du Soleil – fantastisch. Ik had zó opnieuw met het circus mee ­willen gaan. Maar enfin, ja – daarom spreken die eigenwijze bergbewoners me vermoedelijk ook zo aan.’

Ze richt zich ook voorzichtiger op complemen­taire zorg, vertelt ze. ‘Dat heb ik altijd interessant gevonden. Ik heb patiënten weleens geadviseerd om naar een acupuncturist te gaan of een homeopaat. Dan schreef ik dat niet op in mijn brieven en vertelde ik het ook niet aan de huisarts. Maar dan ging het soms wel heel goed met iemand.’

Wordt u al geraadpleegd als arts?

‘Soms. Iemand vertelde over zijn vrouw, die erg moe was. Ik ging langs, dacht aan endocarditis en adviseerde om naar de huisarts te gaan. Er kwam labonderzoek en een echo van het hart. Dan zegt iemand: “Om je te bedanken breng ik je naar de trein.” We hebben het over een uur rijden. “En je komt vanavond eten.” Op zo’n manier met elkaar omgaan, ja zo zie ik dat graag. Je betaalt elkaar met wat je hebt.’

Dat klinkt idealistisch. Wat heeft u voor ideeën op het gebied van de lokale zorg?

‘Niet door iets te forceren, maar door te kijken, luisteren – en voorzichtig wel te bewegen. Neem een onderwerp als palliatieve zorg. Toen ik in Frankrijk vertelde dat dit een aandachtsgebied van mij is, kreeg ik meteen de afwerende reactie: hier doen we niet aan eutha­nasie. Ik zei: “Nee, geen euthanasie, maar palliatieve zorg.” Hospices zijn minder gebruikelijk, zoals in Nederland. Iemand die doodgaat, gaat naar het ziekenhuis. Toen ik dat hoorde, dacht ik: ah, dat is ­interessant. Daar zou ik iets aan willen doen.’

Zoals wat?

‘Ja, nu denk ik wel heel vrij – maar in mijn dorp staat een oud hotel te koop. Soms denk ik daarover na. Wat kun je met zo’n plek doen? Ik bedoel niet een hospice, maar een plek waar mensen kunnen zijn. Waar je kijkt hoe je er een tijdje voor iemand kunt zijn. Noem het “gezondheid voor de ziel”, een term die de Arnhemse psychotherapeut Marieke Blocks en ik eerder hebben bedacht. Een plek waar je je ziel kunt opladen. Door te praten, door naar muziek en mooie ­verhalen te luisteren, door goed te eten. Op maat, afgestemd op jou. “Hotel voor de ziel”, hoe klinkt dat?’

Ester Bertholet (1972), geboren in Schimmert

  • 1992-1998 geneeskunde, Universiteit Utrecht
  • 1998 medewerker Cirque du Soleil, Amsterdam
  • 1999-2001 arts-assistent klinische geriatrie, Engeland en Radboudumc, Nijmegen
  • 2001-2003 huisartsopleiding, Radboud ­Universiteit, Nijmegen
  • 2003-2009 waarnemend huisarts, regio ­Arnhem, Nijmegen en Tiel
  • 2005-2008 huisarts, ouderenzorgorganisatie Pleyade, Arnhem
  • 2009-2011 opleiding tot specialist ouderen­geneeskunde, Radboud Universiteit, Nijmegen
  • 2010-2011 specialist ouderengeneeskunde (ambulante ouderenpsychiatrie), Pro Persona (specialistische ggz)
  • 2011 oprichter en praktijkhouder, Praktijk ­Ouderengeneeskunde Bertholet, Velp
  • 2015-2021 oprichter en bestuurder, ontmoetingscentrum Ons Raadhuis, Velp
  • 2018 oprichter en eigenaar, het Behandel­paspoort
  • 2020-dec 2025 bestuurder, stichting MESO ­(multidisciplinaire eerstelijnsouderenzorg met een specialist ouderengeneeskunde)
  • 2026 zelfstandig arts, in de Franse Pyreneeën

Ester Bertholet heeft twee volwassen dochters.